Uncategorized

Ursel – Dakar ’97

Christiaan Goethals was tussen november 1985 tot april 2024 privaat piloot op het vliegveld van Ursel. Ter gelegenheid van zijn afscheid als actief piloot brengen we onderstaand verhaal nog eens onder de aandacht.

In oktober 1996 maakt Urselnaar Roland Hurtecant plannen om zijn zoon Kristof een bezoekje te brengen tijdens de rally van Dakar – Agades – Dakar die gereden wordt begin 1997. Roland zocht een medereiziger , en ik kan mij de hele maand januari vrijmaken.


En zo vertrokken we op 3 januari 1997 uit Ursel… De baan is bedekt met een laag sneeuw. De lucht ziet mistig en grauw. We weten dat zuidelijk Frankrijk in de greep van de koude zal komen. Na drie uur vliegen landen we in Poitiers. Er werd onderkoelde regen voorspeld, en ons vliegtuigje zit op de startbaan al onder een ferme laag ijs. Deze luchthaven zal gesloten blijven tot 10 januari.
Op zaterdag 11 januari kunnen we eindelijk weer vertrekken. We zweven door de lucht, wat een zaligheid om nog eens in de zon te zitten. De sparren in de Landes liggen in groepen afgebroken op de grond. De sneeuw heeft hier een echte ravage aangericht. De oceaan komt in zicht. De vreugde om dat te zien overrompelt ons beiden. Zeven dagen vast zitten heeft ons alleen maar sterker gemaakt om ons doel te bereiken. We hebben onze plannen moeten bijstellen, maar Tombouctou moeten we nog steeds kunnen halen.
In Zuid-Spanje schuiven de overstroomde gebieden onder ons door. Na een prachtige oversteek aan Gibraltar krijgen we in Tanger (Marokko) te horen ons heel strikt te houden aan de opgegeven route om naar Casablanca te vliegen. Vanaf dan moeten we langs de kust vliegen. De golven slaan zich schuimend te pletter tegen de rotsen onder ons, terwijl de kopwind in kracht toeneemt. Het wordt dan ook nog hevig turbulent tot aan de landing in Agadir.
Vanaf Agadir volgen we de kustlijn die eruitziet als en afgesneden stuk taart. De hoogte van de rotsen valt niet te schatten. In Laayoune moeten we brandstof kopen per vat, die we maar voor de helft kunnen overpompen in ons vliegtuig. Het is eerst onmogelijk om die andere helft bij onze terugvlucht te recupereren… tot we de bedienaar beloven dat hij onze jerrycans mag houden bij onze terugkeer.


De volgende ochtend regent het pijpenstelen. En dat in de Westelijke Sahara. We starten met anderhalf uur vertraging, en slalommen onze weg tussen de regenbuien door. Uiteindelijk komen we in de Afrikaanse zon te zitten. In Dakhla komen we in oorlogsgebied, en op het vliegveld krijgen we gezelschap van legervliegtuigen en -helicopters. Voor het opstijgen krijgen we nog eens te horen de route langs de kust niet te verlaten. Hier boven de woestijn vliegen is levensgevaarlijk. Dat ondervonden drie Belgische piloten die hier een tiental jaar terug door het Polisario werden neergehaald en terstond afgemaakt. De baan die we vanuit de lucht kunnen volgen mag alleen onder militaire begeleiding genomen worden. We komen zonder kleerscheuren aan in Nouackchott, waar we meteen de voorbereidingen voor de volgende landingsplaats oppakken. Morgen moet er midden in de woestijn getankt worden, waar geen bezine voorradig is. Maar met doos geneesmiddelen en een lege bus olie krijgen we het allemaal geregeld.
Er bestaat op de wereld geen geel dat tijdens deze vlucht niet wordt vertegenwoordigd. Na vier uur boven deze prachtige woestijn landen we op het vliegveldje van Ayoun el Atrous, waar een taxi ons staat op te wachten om naar het benzine-station te rijden om super-benzine te gaan halen met onze jerrycans. Ons vliegtuigje kan immers ook op super vliegen, maar dan moeten we onder 2000 voet blijven.
Na een dag boven ontelbare kleine nederzettingen, nomadententen, sporen van voertuigen en grazend of wegvluchtend vee komen de zijarmen van de Niger in zicht. Tien minuten voor zonsondergang landen we in Tombouctou, waar vader en zoon elkaar ontmoeten op de rand van de eeuwige woestijn. Vijf dagen na elkaar met acht uur per dag vliegen is niet niks. Het motorlawaai is haast niet meer te harden, zelfs met die hoofdtelefoon. Vannacht slapen we in een tentje, tussen de rallywagens van Toyota, en dus ook die van Koen Wauters.
We blijven een dag in Tombouctou. Ons tentje en ons vliegtuig ernaast staat onder een prachtige Afrikaanse sterrenhemel. De enige bijkomende aanwezige is een Toeareg, die mits een kleine fooi de bewaking van onze eigendommen op zich neemt. De daaropvolgende zonsopgang is bijzonder mooi.

Hoe dit verhaal zich verder ontwikkelt kunt u in alle detail nalezen in onderstaande pdf, die ook een hele bibliotheek aan foto’s bevat van deze reis.

Christiaan Goethals

Categorieën:Uncategorized

Getagd als: